Richel - Winterreisje Waddenzee

Mama zeehond met jonkie


 

Niet: ‘Hoe val ik af?’, maar: ‘Hoe word ik zo snel mogelijk moddervet?’. In tegenstelling tot de moderne mens, vraagt het jonge leven op de zandplaat Richel zich dit af. In de winter zijn daar honderden grijze zeehonden te vinden, waarvan een groot deel klein, wit en fluffy is: de recent geboren jonkies. Ze liggen lief in de buurt van hun moeder (zie hierboven). Een groot deel van de populatie van grijze zeehonden in de Noord- en Waddenzee wordt geboren en gevoed op deze zandplaat, wat ten zuidoosten van Vlieland ligt. Binnen enkele maanden komen de kleintjes tientallen kilo’s aan, want de moedermelk is bijna pure boter te noemen.

Een grijze zeehond die dichtbij ons zwom en een blik op Richel met de vele zeehonden met jongen

Wij, de wadwachters, kregen deze winter de kans om vanaf het schip waarop wij voeren, honderden zeehonden van dichtbij te bekijken. Van een afstandje waren het grijze en witte stipjes, maar van dichtbij was te zien dat elk dier met zijn of haar eigen activiteit bezig was. De één lag heerlijk op z’n rug te slapen, de ander klotste uit zee vandaan, liet een buikschuifspoor achter, en was op weg naar z’n familie. Andere kwamen nieuwsgierig dichterbij ons schip of lieten hun zwemkwaliteiten zien.
Aan boord kregen we een waadpak aan, waarna we overstapten in een rubberboot, die nadat we allemaal onze plek gevonden hadden, naar beneden getakeld werd. Toen voeren we richting de zandplaat Richel. We stapten uit de boot en waadden door het water naar het droge op de zandbank.
 

Het was bijzonder om ook in de winter voet aan land te zetten. Naast de vele zeehonden, was er ook een mosselbank te zien, die behoorlijk gegroeid was ten opzichte van de vorige zomer. De jonge mosselen waren flink in volume toegenomen en lagen knus met tien- tot honderdduizend exemplaren tegen elkaar aan.                                                      

We schoten een paar plaatjes en liepen met de schipper richting de zeehonden en bleven op gepaste afstand staan. Hij had een telescoop mee, waardoor elk dier heel dichtbij kon komen. Een mannetje had bloed aan z’n nek, wat waarschijnlijk veroorzaakt was door een gevecht met een ander mannetje. Tot onze verrassing, en die van de schipper, produceerden de volwassen zeehonden een, wind en zee overstemmend, geluid. Iets wat ze maar heel zelden schijnen te doen. 

Na anderhalf uur vertrokken we weer naar het schip. Twee zeehonden zwommen dichtbij ons en het leek of ze elkaar liefdevol een kusje gaven, maar dit ging gepaard met veel gegrom, dus misschien was het wel een subtiele stoot met de kop.

                                                             Alles bij elkaar

Terwijl de andere wadwachters lekker een kommetje soep in de stuurhut gingen eten, koos ik voor een plekje voorop de boeg om te kijken naar de stille omgeving, in aanwezigheid van de twee zeehonden, die zo druk met elkaar bezig waren, dat ze mij niet meer opmerkten. Het plaatje speelde zich af tegen een prachtig rustige achtergrond, in verschillende tinten grijs, blauw en een lichte zandkleur. Het zacht kabbelen van de Waddenzee en het langzaam voorbij varen van schilderachtige kleine schepen, maakten het tot een mooi en heerlijk rustig geheel.

 

Het schip kwam langzaam in beweging en voer op huis aan. Het water klotste steeds iets hoger tegen het schip, we werden nog gepasseerd door een paar kleine vogelzwermpjes, en de laatste zeehondsnoeten verdwenen in zee. Het mooie Richel en de prachtige Waddenzee: Gegroet, tot in de zomer!

Wadwachter Amber van der Velden bij de mosselbank (links) en ik (rechts). Allebei in ons charmante waadpak

Reactie schrijven

Commentaren: 0